Snuif Cultuur

In alle vormen en maten

5 objecten uit de Tweede Wereldoorlogcollectie van het Spoorwegmuseum

De Tweede Wereldoorlog in het Spoorwegmuseum

Het thema van de Nationale Museumweek, van 20 t/m 26 april, is ‘Ontdek samen– juist nu – ons échte goud. In vrijheid.’ Speciaal voor deze museumweek licht ik vijf bijzondere objecten uit de collectie van het Spoorwegmuseum uit. Bijzondere of beladen objecten, die een relatie hebben met de spoorwegen in oorlogstijd.

Het Spoorwegmuseum besteedt namelijk op twee plekken permanent aandacht aan deze beladen geschiedenis. De herdenking van de spoorwegstaking (17 september 1944) vormde de aanleiding voor de tentoonstelling De Kinderen van Versteeg, waarin de collectie over de oorlog zichtbaar wordt. En de lege bagagewagen uit 1914 op het buitenterrein, Beladen Treinen, vertelt het verhaal van de deportaties van Joden, Roma en Sinti. Met deze vijf objecten vliegen we in vogelvlucht door de spoorwegen in oorlogstijd heen. Wil je alle objecten zelf rustig bekijken en lezen? Kijk dan in deze online collectie.

Tentoonstelling ‘De Kinderen van Versteeg’ in het Spoorwegmuseum. foto Thijs Rooimans

‘De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol’

Dit codebericht was de start voor de Spoorwegstaking in 1944, 17 september 2019 precies 75 jaar geleden. De Nederlandse regering liet via Radio Oranje oproepen tot een spoorwegstaking. Dit gebeurde tot de bevrijding in mei 1945. Versteeg was de schuilnaam voor NS-directeur Willem Hupkes en zijn kinderen waren alle spoorwegmedewerkers. Juist door deze staking werd NS na de oorlog gelauwerd. Maar in de jaren na de bevrijding werd de rol van de spoorwegen steeds meer betwist. Wat was de rol van de Nederlandse Spoorwegen ten aanzien van de bezetter en waarom werkten ze mee aan de deportatie van Joden?

Vijf jaar lang werkte een aantal Duitse spoorwegmedewerkers op de eerste verdieping van het NS-kantoor, waar ook de directie van NS zat. Deze stempels werden na de oorlog op de door hen gebruikte kamers aangetroffen. Collectie Spoorwegmuseum 

Loyale Samenwerking

Direct na de capitulatie op 15 mei 1940 moest NS bedenken hoe ze zich tegenover de bezetter zou opstellen. Ze kozen, net als vrijwel de meeste Nederlandse bedrijven en instanties, voor een loyale samenwerking. Het spoorwegbedrijf bleef zelfstandig met een Nederlandse directie en in ruil daarvoor zouden ze de militaire transporten van het Duitse leger uitvoeren. Dit bleef zo tot de spoorwegstaking van 1944.

Onderdeel van de oorlogsvoering

Na de capitulatie werd het treinverkeer weer snel opgepakt en de geleden schade door de vijf oorlogsdagen hersteld. Door het akkoord werd NS al snel betrokken bij de oorlog. Ze vervoerden militairen en goederen, ze stonden materialen af aan de Duitsers en ze vervoerden krijgsgevangenen en tewerkgestelden. Vanaf 1942 deporteerden ze Joden, Roma en Sinti van Nederlandse steden naar Westerbork en van daar naar de Duitse grens. NS stuurde hiervoor rekeningen naar de SS.

 

Op het achterterrein van het Spoorwegmuseum staat deze bagagewagen met informatie over de treindeportaties in de Tweede Wereldoorlog. Collectie Spoorwegmuseum

Beladen Treinen

In het Spoorwegmuseum staat een lege bagagewagen uit 1914. Dit type bagagewagens werd ingezet voor de deportaties van Joden, Roma en Sinti vanaf Westerbork naar de Duitse grens. Ook vanaf het Maliebaanstation, de huidige locatie van het Spoorwegmuseum, vonden in de oorlog verschillende militaire transporten plaats. Vanaf dit station werden daarnaast twee grote deportaties van Utrechtse Joodse burgers naar Westerbork plaats. Op het monument bij het Maliebaanstation staan de 1239 namen van de Joodse burgers die in concentratiekampen zijn vermoord.

Het Spoorwegmuseum deelt voor de nationale museumweek filmpjes over de geschiedenis en collectie van de Tweede Wereldoorlog. 

Het hijsen van de Geel-blauw-gele-vlag op station Dordrecht, 1943. Collectie Spoorwegmuseum.

Sein Lodewijk 

Het gebruik van de trein werd naarmate de oorlog vorderde steeds gevaarlijker. Vanaf het voorjaar van 1943 bombardeerden geallieerde vliegtuigen vaker treinen om bevoorrading van Duitsland te ontregelen. Geallieerde vliegtuigen zagen echter geen verschil tussen militaire transporten en vervoer van burgers. Daarom reden treinen ’s nachts vaak verduisterd en seinde spoorwegpersoneel met het hijsen van deze geel-blauwe-gele vlaggen naar elkaar dat er gevaar dreigde. De beschietingen hadden echter nauwelijks invloed op de dienstregeling, NS bleef doorrijden.

Deze prent van magisch-realistisch schilder en spoorwegmedewerkers Joop Moesman legt uit wat de bedoeling was van de spoorwegstaking. Collectie Spoorwegmuseum

Staak! 

Om Operatie Market Garden te ondersteunen, riep de regering in ballingschap op 17 september 1944 op tot een spoorwegstaking. Met de code ‘De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol’ legden 30.000 spoorwegmedewerkers het werk neer. Het militaire effect was alleen klein doordat de Duitsers het spoorwegverkeer snel zelf weer op gang kregen.

De hongerwinter

De Duitsers probeerden de staking te breken door voedseltransporten per boot te verbieden. Mede door de strenge winter was er daardoor maar heel weinig eten in het westen van Nederland, met de beruchte hongerwinter tot gevolg. De regering in Londen bleef de spoorwegmedewerkers oproepen om vol te houden. Daardoor is de staking vooral een morele daad, niet zozeer een militaire. Na de bevrijding van Nederland riep waarnemend NS-directeur Hupkes dat de staking ‘de grootste verzetsdaad uit de geschiedenis’ was. Of er daadwerkelijk van een verzetsdaad gesproken kan worden, is nog altijd onderwerp van discussie.

Bewustwordingscampagne die NS samen met het Centraal Joods Overleg opzette in 2005, na de excuses van Aad Veenman. Collectie Spoorwegmuseum

Wederopbouw

Met de capitulatie van Duitsland begon de wederopbouw van de vernielde sporen, zodat de treinen tussen Noord- en Zuid-Nederland snel weer konden rijden. In totaal kwamen 477 spoorwegmedewerkers gedurende de oorlog om. Dit betroffen zowel Joodse medewerkers als slachtoffers van beschietingen en sabotageacties. Na de oorlog ontstond er een roep om het zuiveren van mensen die nauw hadden samengewerkt met de bezetter. NS hield dit in eerste instantie zelf in de hand, en de directie bleef buiten schot. Dit leidde echter tot veel kritiek van onder andere het voormalig verzet. De directie moest zich alsnog verantwoorden voor het oorlogsbeleid, maar de bezwaren werden ongegrond verklaard.

Excuses

Was het beeld over de rol van NS in de oorlog aanvankelijk positief, leidde dit in de jaren erna tot steeds meer kritiek. De voormalige directie leek maar weinig begaan met het lot van de gedeporteerde Joden en ook het militaire effect van de staking bleek overschat. De vraag die steeds luider rees was: waarom had de NS-directie zich wel ingezet voor haar eigen medewerkers, maar niet voor de gedeporteerde Joodse burgers? NS worstelde ook lang met deze vraag. Pas in 2005 bood topman Aad Veenman zijn excuses aan aan de Joodse gemeenschap voor het leed dat de deportaties veroorzaakt hadden. In 2018 werd duidelijk dat NS schadevergoedingen gaat betalen aan de gedeporteerde Joden, Roma en Sinti en hun nabestaanden.

Info

Categorie

75 jaar vrijheid

Waar

Spoorwegmuseum, Utrecht 

Juist door deze staking werd NS na de oorlog gelauwerd. Maar in de jaren na de bevrijding werd de rol van de spoorwegen steeds meer betwist. Wat was de rol van de Nederlandse Spoorwegen ten aanzien van de bezetter en waarom werkten ze mee aan de deportatie van Joden?