Snuif Cultuur

In alle vormen en maten

De biografie: een vloek of een zegen

Een populair genre: de biografie. Afgelopen jaar las ik er twee over voor mij onbekende levens van twintigste-eeuwse vrouwen: kinderboekenschrijfster Annie M.G. Schmidt (1911-1995) en Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912-2013). Annejet van der Zijl tekende het leven van de bedenker van o.a. Jip en Janneke op in Anna: het leven van Annie M.G. Schmidt en Annet Mooij wijdde de biografie De eeuw van Gisèle aan de beeldend kunstenares. Beide boeken lezen als een spannende analyse van intrigerende persoonlijkheden en de tijdsgeest van de twintigste eeuw maar zetten mij ook aan het denken. Weerspiegelen deze verhalen de werkelijkheid of is een biografie slechts een constructie? In deze blog De biografie: een vloek of een zegen? ga ik hierop in.

De biografie van Annie M.G. Schmidt

In Anna wordt vaak ‘het lelijke eendje’ aangehaald als metafoor voor het leven van Annie M.G. Schmidt. Annie transformeert van een Zeeuws buitenbeentje tot een van de best gelezen kinderboekenschrijfsters. Tot haar 35e is ze een ongetrouwde, niet echt knappe, provinciale bibliothecaresse. Haar vader was dominee en afwezig, haar moeder bezitterig en had een ijzersterke, wat ziekelijke band met haar dochter.

Na de oorlog vertrok Annie naar Amsterdam, naar Het Parool, waar het lelijke eendje uitbloeide tot een witte zwaan. Hier vond ze de liefde en kreeg ze de kans haar gedichten en teksten te publiceren. Van der Zijl omschrijft dat Annie in de naoorlogse periode samenvalt met de tijdsgeest. Aan het einde van haar carrière verdwijnt dit, waarna de workaholic met een bizarre productiesnelheid richt zich in de laatste fase van haar leven vooral op het geven van interviews. De biografie beschrijft de opkomst van deze ongehuwde laatbloeier met een ambivalente houding tegenover succes en publiciteit.

De biografie van Gisèle

Wie haar leven zelf construeert als een sprookje is tijdgenote Gisèle van Waterschoot van der Gracht. Gisèle komt uit een welgestelde familie, studeerde kunsten in Parijs en ontwikkelde zich tot beeldend kunstenaar. Ze had – net als Annie trouwens –  verschillende affaires en liefdes en kwam met een aantal omzwervingen in het kunstenaarsdorp Bergen te wonen. Hier ontmoet ze de Duitse dichter Wolfgang Frommel, van wie ze enorm in de ban raakt.

Ze wonen gedurende de oorlog aan de Amsterdamse Herengracht en stichten er naar een Duits voorbeeld een kunstenaarscommune Castrum Peregrini, met twee Joodse onderduikers en veel jonge mannen. Gisèle en Frommel kregen na de oorlog een onderscheiding voor hun verdiensten in de oorlog. Tegelijkertijd kwamen er steeds meer verhalen naar buiten over misbruik van jonge jongens binnen de sektarische culturele woongemeenschap. Mooij laat zien hoe Gisèle zich verhoudt tot de kritiek en koste wat het kost het sprookje van haar eeuw in stand houdt.

Waarom de biografieën een zegen zijn

Laat ik allereerst zeggen dat beide biografieën een aanrader om te lezen zijn. Beide bijzondere levens kende ik niet en geven een mooi tijdsbeeld weer van de context van Annie en Gisèle.

Van der Zijl en Mooij baseren zich in hun biografieën op indrukwekkend veel archiefmateriaal, onder andere op persoonlijke brievenarchieven. De tekst zit vol historische feiten, quotes en verwijzingen. De boeken lezen als romans doordat de feiten ook worden verbonden door metaforen, invullingen en conclusies. De levens en karakters van Annie en Gisèle worden geïnterpreteerd en gepsychologiseerd. En hier start wat mij een ongemakkelijk gevoel geeft aan biografieën. Natuurlijk zijn er aan het einde van je leven conclusies te trekken en vergelijkingen te maken. Maar zeg nou zelf: leef je jouw leven volgens een vaststaand plan zoals het lijkt in de biografie, of doe je ook maar gewoon wat je het beste lijkt?

Is de biografie een vloek?

Nu is het invullen en reconstrueren van feiten in ieder boek natuurlijk het geval. Maar anders dan bij een historische roman, veinst voor mij de biografie de waarheid te weerspiegelen; het lijkt non-fictie. Daarnaast heeft een biografie ook daadwerkelijk verstrekkende gevolgen voor het heersende beeld van de geportretteerde. Maar een biografie veinst meer de realiteit te weerspiegelen en heeft grote gevolgen voor het beeld van de geportretteerde. Neem bijvoorbeeld het recente voorbeeld van prins Charles in The Crown. Het is fictie en hij komt er op z’n zachts gezegd niet goed vanaf. Maar nu betrap ik mezelf er al op dat mijn beeld van hem kantelt. Laat staan bij een biografie, vol quotes en archiefmateriaal.

Het maken van biografie heeft constant het gevaar van cherry picking in zich: het kiezen van bepaalde feiten die jouw conclusie onderbouwen, maar daarbij afwijkende feiten buiten beschouwing laten. Is dit een probleem bij het lezen van een biografie? Ik denk het uiteindelijk niet. Als je je er maar bewust van bent.

Annet Mooij schrijft in De eeuw van Gisèle:

“Je leeft maar twee keer: één keer zoals het feitelijk gebeurt en één keer zoals je je herinnert. Sommige mensen kunnen echter drie keer leven. Dat zijn degenen die hun herinneringen herorganiseren en een ideaalbeeld scheppen van hun leven. Ook al bestond dat natuurlijk gewoon uit sleur en herhaling, ze maken er een kunstwerk van en met wat geluk gaan anderen het nog geloven ook.”

Ik wil er graag een vierde leven aan toevoegen: de biografie.

Meer weten over het festival

Wil je de biografieën na dit artikel ‘De biografie: een vloek of zegen? lezen. Hier vind je De eeuw van Gisèle en hier Anna: het leven van Annie M.G. Schmidt.

Info

Categorie

Boeken, achtergrond

Wat

De Eeuw van Gisèle, Anna: het leven van Annie M.G. Schmidt

“Je leeft maar twee keer: één keer zoals het feitelijk gebeurt en één keer zoals je je herinnert. Sommige mensen kunnen echter drie keer leven. Dat zijn degenen die hun herinneringen herorganiseren en een ideaalbeeld scheppen van hun leven. Ook al bestond dat natuurlijk gewoon uit sleur en herhaling, ze maken er een kunstwerk van en met wat geluk gaan anderen het nog geloven ook.”